Vorig jaar schreef ik elke week een verhaaltje in het Nederlands voor de Wekelijkse Schrijfopdracht van schrijvenonline.com en elke drie weken postte ik die verhaaltjes per drie hier op mijn site. In december maakte ik een overzicht van 52 verhalen. Die lijst raadpleeg ik nu soms als ik op zoek ben naar inspiratie voor de uitdaging die ik dit jaar aanging met mezelf, namelijk elke week een verhaal schrijven in het Engels voor de Weekly Writing Prompts van Reedsy.

Vandaag vertaalde ik het verhaal "Flora en Nawar" dat ik schreef voor een verhalenwedstrijd van Godijn Publishing naar "Flora and Nawar". Op zoek naar inspiratie voor een tweede verhaal, ging ik nog eens door de lijst van oude inzendingen voor schrijvenonline toen het me plots daagde dat ik een verhaal miste. Toen ontdekte ik dat ik mijn drie laatste verhaaltjes over het hoofd gezien had.

Het verhaal dat ik zocht, was mijn inzending voor opdracht #280: "Het meest bizarre scenario".

Verhalen en inspiratie zitten verstopt in de kleinste hoekjes van het dagelijks leven. Je kunt je hersenen trainen om overal een verhaal in te zien, door altijd goed om je heen te kijken en je dingen af te vragen. Waar gaat die vrouw naartoe? Waarom loopt die man met een stok? Soms is het ook leuk om op een gegeven moment op de dag jezelf af te vragen wat het meest gekke is dat op dat moment kan gebeuren. De opdracht: sta op een gegeven moment op een willekeurige dag stil en vraag je af wat het meest gekke en bizarre is dat op dat moment kan gebeuren. Schrijf dat op in een verhaal van maximaal 300 woorden.

Ik gaf mijn inzending de titel "Niets":

Ik zit rustig te schrijven wanneer mijn vrouw de kamer binnenkomt.
‘Wat ben je aan het schrijven?’ vraagt ze.
‘Niets,’ zeg ik naar waarheid.
‘Hoezo niets?’ zegt ze. ‘Je zit toch lustig te pennen?’
‘Dat kan wel zijn,’ antwoord ik, ‘maar desalniettemin ben ik niets aan het schrijven.’
‘Onzin!’ snuift ze.
‘Inderdaad,’ zeg ik, ‘net wat ik zeg.’
Ze neemt geen genoegen met mijn antwoord. Ze grist mijn notitieboek uit mijn handen en leest:

Onze hond, een teef die we een klein jaar geleden uit het asiel redden, zit rustig te schrijven wanneer ik de kamer binnenkom.
‘Wat ben je aan het schrijven?’ vraag ik haar.
‘Niets,’ zegt ze.
‘Hoezo niets?’ zeg ik. ‘Je zit toch lustig te pennen?’
‘Dat kan wel zijn,’ antwoordt ze, ‘maar desalniettemin ben ik niets aan het schrijven.’
Ik gris het blad van onder haar poten en lees. Inderdaad: de hond was niets aan het schrijven.

‘Wat heeft dit te betekenen?’ vraagt mijn vrouw wanneer ze klaar is met lezen. ‘Dit slaat echt nergens op!’
‘Dat probeerde ik je daarnet al uit te leggen,’ verdedig ik me.
'Hoezo?' vraagt mijn vrouw nogmaals.
‘Ik zei dat ik niets aan het schrijven was,’ verduidelijk ik. 'Dat is niet hetzelfde als beweren dat ik niet aan het schrijven was. Ik was wel degelijk aan het schrijven.'
‘Ik snap het niet,’ zegt mijn vrouw. ‘Als je niet niet aan het schrijven was, wat was je dan wel aan het schrijven?’
'Dat zei ik toch al: niets!'
Ik besluit het over een andere boeg te gooien. Ik stel een tegenvraag.
‘Wat is de hond aan het schrijven?’
‘Niets,’ antwoordt mijn vrouw.
‘Ben je daar zeker van?’ vraag ik.
‘Ja, want dat staat er,’ zegt mijn vrouw. ‘De hond zegt dat ze niets aan het schrijven is.’
‘Dus,’ argumenteer ik, ‘je gelooft eerder een teef uit het asiel dan je man als we allebei zeggen dat we niets aan het schrijven zijn?’
‘Als je het zo stelt,’ zegt mijn vrouw, ‘dan heb ik geen zin meer in deze discussie.’
Met deze woorden beent ze kwaad de kamer uit. Ik heb geen medelijden met haar. Ze had maar moeten weten waar ze aan begon toen ze met een schrijver trouwde. Nu ze de deur uit is, kan ik rustig verder schrijven.

Verder was er nog opdracht #278: "Goede voornemens".

Goede voornemens hebben voor het nieuwe jaar is een soort traditie, bij mij in ieder geval. Ik weet helaas ook dat ik ze vaak niet haal. Een plan maken met kleine haalbare doelen zou de truc moeten zijn. Schrijf een verhaal van maximaal 500 woorden met een hoofdpersoon die ook goede doelen voor zichzelf had opgesteld, alleen pakt het behalen van de goede doelen anders uit dan gepland. Laat weten hoe het gaat en maakt het je hoofdpersoon gelukkig?

Mijn inzending: "De professionele procrastineerder"

Dit jaar ga ik eindelijk eens werk zoeken. Geen louche zaakjes meer, zoals aan oude mensjes de weg vragen terwijl Lange Jo met zijn magische vingers hun geldbeugel uit hun handtas of jaszak ontvreemdt. Aan medische testen kan ik helaas niet meer meewerken sinds ik geschorst ben wegens het helen van experimentele pillen. Ik zal wel nog deelnemen aan panels waar je tegen betaling de nieuwe lay-out van krantenbijlages en magazines of reclamecampagnes van fast moving consumer goods mag beoordelen. Je krijgt er niet zo gek veel voor betaald, maar de broodjes zijn excellent en er worden er altijd meer voorzien dan er panelleden zijn. Meestal kan ik er twee dagen mee verder.
Ik weet nog niet naar welk soort werk ik op zoek zal gaan. Ik heb een zwakke rug, dus ik schrap alvast alle aanbiedingen waar je letterlijk de handen voor uit de mouwen moet steken. Het is al erg genoeg als ik dat figuurlijk moet doen. Glijdende werkuren zijn een pluspunt, want ik ben het niet meer gewoon om ’s ochtends vroeg op te staan. Het zou fijn zijn als ik na de ochtendspits kon vertrekken zodat ik de drukte kan vermijden. Het mag geen job zijn waar ik een auto voor nodig heb, want die heb ik niet. Bovendien werd mijn rijbewijs levenslang ingetrokken nadat ik herhaaldelijk dronken achter het stuur werd betrapt. Pendelen met de trein is ook niets meer voor mij en in ver stappen heb ik geen zin.
Misschien moet ik werk zoeken dat ik van thuis uit kan doen. Een job op het internet is daarvoor ideaal, maar sinds de buren het wachtwoord van de WiFi hebben veranderd, is dat geen optie meer. Misschien moet ik iets doen waar ik beroemd door word. Voor een carrière als schrijver heb helaas ik de discipline niet en ook het dichterschap staat veraf. Kan je daar trouwens van leven? Een carrière als pornograaf leek me wel wat, maar dat is Stiekeme Steven slecht bekomen. Hij krijgt nu weliswaar kost en inwoon van de overheid, maar een huisbaas als de zijne vermijd ik liever.
Ach, ik bekijk het nog even. Het jaar is per slot van rekening nog maar net begonnen. De eerste weken van januari houden veel bedrijven hun nieuwjaarsrecepties en dan is er toch geen kat die een open sollicitatiebrief leest. Ik zal dit jaar zeker werk zoeken, maar het kan geen kwaad als ik daar nog enkele weken wacht. Wie weet ontmoet ik vandaag of morgen een eenzame schoonheid die voor mijn charmes valt en bereid is lief en leed en haar inkomen met me te delen. Weinig kans dat ik zo'n redster in nood hier bij mij thuis ontmoet. Ik denk dat ik maar eens naar de kroeg ga. Je weet nooit wie je er tegen het mooie lijf loopt.

En ten slotte opdracht #281: "Zei de kersttomaat tegen de komkommer".

De feestdagen zijn achter de rug, het vuurwerk heeft geknald, mensen hebben hun buikje rond gegeten, gefeest, misschien ruzie gemaakt. De schrijfopdracht voor deze week is: er ontspint zich een conversatie in de koelkast tussen een kersttomaat en een komkommer. Van zodra de deur van de koelkast sluit, laten ze zich gaan en becommentariëren een van de momenten tijdens de feestdagen die hen heugen. Dat kan commentaar zijn op één of meerdere gasten, het kan gaan over de sfeer en hoe zij die beleefden, misschien hebben ze wel spijt dat ze niet verorberd werden, of... Je tekst mag 400 tot 700 woorden lang zijn. Grappig, ontroerend, scherp, maakt niet uit maar zorg dat de tomaat en de komkommer goed met elkaar dialogeren.

Mijn inzending: "Komkommer is boos".

'Je bent een kerstomaat,’ zegt komkommer belerend, ‘geen kersttomaat. Kersttomaten bestaan niet.’
‘Maar ik ben gekocht voor Kerstmis en ik ben een tomaat!’ verdedigt kerstomaat zich. ‘Waarom mag ik mezelf dan geen kersttomaat noemen?’
‘Omdat dat fout is,’ zegt komkommer. ‘In deze koelkast spreken we Nederlands. Kersttomaten horen hier niet thuis.’

‘Hoor hem bezig,’ zegt melkkarton. ‘Het is weer komkommertijd, hoor.’
‘Ach, hij brengt leven in de brouwerij,’ lacht Leffe Blond.
‘Ja,’ zegt jonge Gouda, ‘met komkommer is er tenminste altijd iets om over te praten.’
‘Maar toch vertelt hij niet waar hij vorige nacht met selder naartoe was,’ zegt geitenkaas. ‘Selder is niet meer teruggekomen van het avondje uit. Komkommer wel.’
'Hij zag er nogal bevingerd uit,' lacht knoflookteentje.
‘Chardonnay was er ook bij,’ zegt druif. ‘Misschien weet zij meer.’
‘Veel kan ze niet meer vertellen,’ zegt Spa bruis. ‘Ze heeft bijna geen jus meer over. Mevrouw was alleen thuis terwijl meneer naar een nieuwjaarsreceptie was, maar ze heeft er toch een leuke avond van gemaakt.’
‘Toe Chardonnay,’ zegt sambal, ‘kan je er echt geen woord meer uitpersen? Ik wil alle pikante details horen!’
Helaas, Chardonnay krijgt zelfs geen zucht meer door haar flessenhals.

‘Je bent een vervelende augurk,’ zegt kerstomaat tegen komkommer. Hij doet alsof hij de andere bewoners van de koelkast niet gehoord heeft.
‘Nee kerstomaat,’ zucht komkommer, ‘een komkommer is geen augurk. Een augurk is kleiner en wordt meestal rauw gegeten. Toen mevrouw zwanger was, stond er altijd een bokaal augurken in het zuur in de deur van de koelkast, maar ik denk dat haar kinderwens ondertussen over is.’
‘Ze heeft nu enkel nog interesse in komkommers,’ zegt paprika met een knipoog.
‘Ik merk dat mijn bijdragen tot de koelkast niet geapprecieerd worden,’ zegt komkommer boos. ‘Ik zwijg al.’
‘Waarom zei je dat nu, peper?’ zegt botervlootje. ‘Dit gesprek liep net zo lekker gesmeerd.’