Vanaf 1 januari 2026 voert België een algemene belasting op meerwaarden in. Daarmee zet ons land een stap die in veel andere economieën al lang is gezet, zo wordt de extra taks verdedigd. Maar precies daar wringt het schoentje: België kopieert wel de belasting, maar niet de economische logica die er in andere landen onlosmakelijk mee verbonden is. Waar capital gains-belastingen al decennia bestaan, geldt een eenvoudig maar cruciaal principe:
Wie de meerwaarde van een investering opnieuw inzet als productief of risicodragend kapitaal, wordt niet meteen belast.
De belasting wordt uitgesteld, niet afgeschaft. Zo blijft kapitaal aan het werk in de economie. België laat dat principe volledig links liggen. En dat is geen detail, maar een beleidsfout met voorspelbare gevolgen.
Het idee dat herinvesteringsvrijstellingen een cadeautje zijn voor ‘de superrijken’ is een misvatting. In het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Nederland gaat het expliciet om belastinguitstel. Wie herinvesteert, betaalt later, wanneer het kapitaal effectief wordt onttrokken aan de economie.
In het Verenigd Koninkrijk bestaat al jaren de Business Asset Roll‑over Relief: wie de opbrengst van een verkocht bedrijfsmiddel opnieuw investeert, stelt de meerwaardebelasting uit tot een latere verkoop. In de Verenigde Staten laat Section 1031 investeerders toe meerwaarden door te rollen zolang ze in vergelijkbare investeringsactiva blijven. Nederland kent zowel een herinvesteringsreserve als een participatievrijstelling die langetermijninvesteringen expliciet beschermt.
De rode draad is telkens dezelfde: de fiscus mag economische dynamiek niet afremmen.
De Belgische hervorming doet dat wel. De belasting wordt geheven bij realisatie, ongeacht wat daarna met het kapitaal gebeurt. Of de opbrengst nu wordt gebruikt voor consumptie, veilig parkeren of een nieuwe start‑up: fiscaal maakt het geen verschil. Dat is problematisch. Niet omdat vermogens niet mogen worden belast, maar omdat België hiermee actief ontmoedigt wat het zegt te willen stimuleren: ondernemerschap, schaalvergroting en risicokapitaal.
Een ondernemer die zijn bedrijf verkoopt en de opbrengst opnieuw wil investeren in een jong groeibedrijf, ziet eerst een deel van zijn kapitaal afgeroomd. In andere landen blijft dat kapitaal volledig beschikbaar. Het resultaat laat zich raden: investeringen verschuiven, niet ideologisch maar rationeel.
Zonder herinvesteringsmechanisme creëert België drie effecten die elkaar versterken.
Dat alles gebeurt zonder dat de belastingopbrengst structureel stijgt. Wat vandaag wordt geïnd, is morgen niet meer geïnvesteerd. De economische kost volgt met vertraging, maar is daarom niet minder reëel.
Een slimme belasting op meerwaarden is perfect verenigbaar met herinvestering. Sterker nog: zonder dat correctiemechanisme is ze economisch onevenwichtig. België had de kans om een modern systeem te bouwen dat rechtvaardigheid combineert met groei. Het heeft ervoor gekozen enkel het makkelijkste deel over te nemen: de heffing zelf. Wie meent dat elke euro die niet onmiddellijk wordt belast een verlies is voor de schatkist, vergeet dat een economie geen statisch gegeven is. Kapitaal dat blijft werken, creëert later meer opbrengsten, ook fiscale.
Belastingheffing is geen doel op zich. Ze is een middel. En middelen die hun doel voorbijschieten, verdienen herziening.
Lees ook mijn blogpost waarin ik uitleg waarom de herverdeling van inkomsten uit investeringen fundamentaal oneerlijk is: De Marshmallow-politiek: Waarom herverdeling een recept voor armoede is.